Wettelijke rente en verhoging over (boedel)loonvorderingen in faillissement
Wanneer een onderneming failliet gaat, belanden werknemers vaak in een periode van onzekerheid. Wie neemt het loon over tijdens de opzegtermijn? Wat als die betaling niet op tijd plaatsvindt? En wie draagt dan de gevolgen van rente en wettelijke verhoging wegens te late voldoening? Op 13 februari 2026 heeft de Hoge Raad antwoord gegeven op vragen die spelen in veel faillissementen. Benieuwd wat de Hoge Raad oordeelde? U leest het in onderstaande blog!
Gevolgen ontslag
Wanneer de curator werknemers ontslaat, dan voldoet het UWV, onder meer en binnen bepaalde grenzen, het loon over de opzegtermijn, op grond van de zogenaamde loongarantieregeling. Vaak gebeurt dat niet binnen de termijn waarin het loon door de werkgever moet worden betaald: het UWV heeft tijd nodig om alles in kaart te brengen en te regelen. Als loon niet tijdig wordt betaald, dan is de werkgever rente verschuldigd en in beginsel ook de zogenaamde wettelijke verhoging (die laatste kan oplopen tot maximaal de helft van de loonvordering). Deze vergoedingen worden niet door het UWV overgenomen. De vragen gaan over wat er rondom de verschuldigde rente en verhogingen geldt tussen de curator en de (ex)werknemer.
Hoge Raad
Hieronder in het kort wat de Hoge Raad heeft besloten:
- de curator is wettelijke rente verschuldigd aan de werknemer over te late betaling van het loon (dus als het UWV te laat betaalt, dan ontstaat er een verplichting voor de boedel om rente te vergoeden);
- de curator is in beginsel ook wettelijke verhoging verschuldigd aan de werknemer over te late betaling van het loon;
- het maakt daarbij niet uit of het gaat om loonaanspraken die door het UWV zijn of worden overgenomen en of de boedel voldoende middelen heeft om te kunnen betalen;
- de rechter kan de wettelijke verhoging matigen, maar het faillissement is niet zonder meer een reden om de wettelijke verhoging te matigen;
- de wettelijke rente heeft geen preferente status: dit is een gewone (concurrente) boedelvordering;
- de wettelijke verhoging is wel preferent en heeft dezelfde rang als het loon en is dan ook een zogenaamde hoog preferente boedelschuld;
- de curator behoort de werknemers op de (mogelijke) aanspraken uit hoofde van het loon, de wettelijke rente en wettelijke verhoging te wijzen.
Dat de wettelijke verhoging de status van hoog preferente boedelschuld heeft en door de rechter kan worden gematigd, brengt met zich mee dat zowel curatoren als werknemers er verstandig aan doen om regelingen te treffen. Dit zal een vast onderdeel van de faillissementsafwikkeling in veel faillissementen worden. Al was het alleen maar om het onnodig oplopen van de rente over de vorderingen van werknemers te voorkomen.
Vragen?
Heeft u vragen over deze blog of andere faillissementsrechtelijke kwesties? Benader dan gerust een van onze specialisten via mr. Willeke Krieger (krieger@tlcadvocaten.nl). Tevens zijn we te bereiken op 053-3033000 (Enschede) of 0523-745640 (Hardenberg) of via info@tlcadvocaten.nl